|
Uit het hart: Buiten de lijntjes kleuren
Uit het hart: Buiten de lijntjes kleuren
Onlangs mocht ik een aantal dagen in een klooster vertoeven; ik was te gast bij de Benedictinessen in Oosterhout. De zusters en hun gasten komen zes keer per dag samen in de kapel volgens het getijdengebed. De gebruiken zijn volledig in lijn met de rooms-katholieke leer en liturgie. Na de Terts, het gebed om 9u30, houdt de gastenzuster een koffiemoment met de gasten. Hoewel het me niet verbaast dat ook niet‑katholieken zich laten onderdompelen in het Benedictijnse, ik geniet er ook van als “protestantse jongen”; de diversiteit aan gasten blijft me telkens weer verrassen. Zoekenden weten de weg te vinden naar de kloosters van monniken en nonnen. Tijdens een van de koffiemomenten kwam ter sprake hoe flexibel het persoonlijke geloof is geworden. Je kunt bijna niet meer spreken van “dé katholiek” of “dé protestant”. De geloofsleer wordt alom niet meer stellig verkondigd en de maatschappij stimuleert mensen om zélf na te denken. Er zijn genoeg mensen die de katholieke en protestantse piketpaaltjes precies weten te slaan, en helaas gebruiken ze daarvoor doorgaans een te grote hamer. Ik vergelijk geloofsleer graag met een kleurplaat, waarbij ieder vlakje staat voor een traditie, dogma, kerkleer, regel of gewenst gedrag. Als je het met het vlakje eens bent, kleur je het in. Ben je het er niet mee eens, dan kleur je buiten de lijntjes. Zo kun je denken aan een vlakje “iedereen mag meedoen aan het avondmaal”. Velen leden van de Dorpskerk Maasdijk en andere PKN-kerken in de regio kleuren dit vlakje netjes in. In de katholieke leer vind je het vlakje “bij de communie wordt de wijn het bloed van Christus”. Deze hoort “dé katholiek” netjes in te kleuren. De protestantse leer kijkt hier anders tegenaan; degene die catechismusvraag 80 nog voor de geest heeft zal dit beamen. Ik ken protestanten die dit vlakje inkleuren. Tot slot het laatste voorbeeld: het vlakje “geen ijsje op zondag”. Wie kleurt dit nog in? Misschien verdedigde je dit vroeger met hand en tand, en ga je nu gerust op zondag uit eten. Zo kan je kleurplaat door de tijd heen veranderen. Hoe je de kleurplaat van het geloof ook inkleurt, het is op eerste plaats belangrijk niet te oordelen over de kleurplaat van de ander. Heb er respect voor. Juist andersheid is zo belangrijk voor een gemeenschap. In een kerkelijke gemeente heeft iedereen een paar gemeenschappelijke vlakjes die iets van kleur zullen krijgen: er is een relatie tussen jou en God. Daarnaast ben jij gevormd door de relaties die jij hebt en dat maakt iedereen uniek. Het mooie van kerkelijke samenkomsten is dat je investeert in de relatie met God én met anderen. Je wordt gemeenschap dankzij die andersheid. In 2024 werd het boek “Knielen in kerk en klooster” uitgegeven, onder redactie van Herman Speelman en Gert Mink. In dit boek staan artikelen van katholieke en protestantse theologen over hun geloof. Eén artikel komt van zuster Hildegard. Zij heeft zich verdiept in de “Gemeenschap en Andersheid”-benadering van professor John Zizioulas en een aspect daaruit uitgelicht in haar artikel. Dit boek had ik vorig jaar al aangeschaft. De zuster met wie ik contact had over mijn verblijf in het klooster bleek deze Hildegard te zijn. Heeft God dit zo gewild? Toeval of Gods leiding hierin zien, ook dit is een kleurplaat-vlakje. Mocht je je dit afvragen: ja, ik heb tijdens mijn verblijf in het klooster buiten de protestantse lijntjes gekleurd. Maar dat is een non-issue. Wil jij ook eens het getijdengebed en een klooster ervaren? Het is gemakkelijk: zoek een benedictijnenklooster op, bel de gastenbroeder of -zuster, vraag of je te gast mag zijn, laat je kleurplaat thuis en dompel je onder in de gebruiken van dat klooster. De vrede van Christus toegewenst. | Wilco Vahrmeijer | ||
| terug | ||


22-02-2026
om
19:00 