Uit het hart: Pelgrim in Denemarken Uit het hart: Pelgrim in Denemarken
Het is zondagmorgen. We zijn in Denemarken op vakantie. Ook hier viert de lokale kerk de dag van de Opstanding en daar wil ik graag aan deelnemen. Thuis had ik mijn huiswerk al gedaan: net als in veel delen van Nederland blijkt ook deze regio een roulatiesysteem te hanteren met meerdere kerkgebouwen; per zondag is er één open. Ik heb geluk: de kerk voor deze zondag ligt op loopafstand.

Op zondagmorgen loop ik als een pelgrim door het Deense goudgele landschap naar de kerk. Bij de ingang begroet ik de voorganger en de ouderling van dienst in het Engels. Ze stamelen iets van “Good morning” terug. Ik ga ergens zitten. Het orgel zwijgt nog, de gemeente wisselt ontspannen wat woorden. Op klokslag komen de voorganger en de ouderling naar voren en de afkondigingen worden voorgelezen. De dienst verloopt zoals wij dat uit onze traditie gewend zijn. Ik versta er werkelijk niets van, er wordt geen woord Engels gesproken of gezongen. Ik kijk wat rond en blader wat in het liedboek. Mijn gedachten dwalen af. Is dit een typische Deense kerk? Is het verfwerk authentiek? Het interieur, is dat altijd zo geweest? Herken ik een melodie uit het liedboek? Daar zit ik dan: de pelgrim in mij wordt een toerist.

Na de preek, die één pepermuntje duurt, wordt er iets voorgelezen. Ik herken de cadans van de geloofsbelijdenis en daarna volgen de instellingswoorden van het avondmaal. De mensen staan op en lopen naar voren waar een ronde knielbank staat. Ook ik loop mee en neem plaats. In een knielende houding neem ik deel aan het avondmaal. Ik voelde me meer dan ooit verbonden met de Kerk van Christus en de mensen om me heen. Na brood en wijn keren we weer terug naar de banken. De kerkdienst besluit met de zegen. Ik wandel weer rustig richting onze vakantiewoning en aanschouw opnieuw de goudgele korenvelden die deze omgeving zo kenmerken. Dit koren, misschien wordt dit het avondmaalsbrood voor volgend jaar.

Deze kerkdienst, die voor mij een week eerder al begon met het uitzoeken waar de dienst zou plaatsvinden, bereikte een hemelse climax tijdens het avondmaal. Ik was bijna verdwaald in onbegrijpelijke taal en in mijn oordeel over het interieur. Maar toen kwam het verlossende: in de maaltijd van de Heer was ik geen toerist en geen pelgrim meer. Ik was voor één moment niets anders dan een levende ziel vervuld met devotie.

| Wilco Vahrmeijer
 
terug